Geheel onverwacht is gisteren de directeur van de FBI, James Comey, ontslagen door de Amerikaanse president Trump.

In een verklaring wordt de beweegreden ondersteunt door het advies van minister van justitie Jeff Sessions. Het besluit heeft voor veel ophef gezorgd in alle Amerikaanse politieke kringen. Uiteraard reageren alle Democraten ontzet op het nieuws, maar ook een flink aantal Republikeinen hebben moeite met het ontslag. Vooral het tijdstip zorgt voor veel onbegrip bij de Amerikanen. James Comey was de laatste paar maanden veel in opspraak geraakt door zijn mogelijke rol in de verkiezingen.

Een paar dagen voor de landelijke stemmingen kondigde hij namens de FBI aan het onderzoek betreffende de e-mails van Hillary Clinton weer te openen. De democratische presidentskandidaat zou op een privé-account e-mails van de regering hebben verstuurd toen zij hier nog deel van uitmaakte. Hiermee was volgens velen de nationale veiligheid in het geding gekomen. Ondanks het ontbreken van een strafbaar feit, werd het onderzoek met veel media aandacht weer nieuw leven ingeblazen op een cruciaal moment voor de verkiezingen.

Het grootste deel van het ongeloof en de woede over het ontslag komt echter vanwege het nog lopende onderzoek wat Comey leidde over eventuele Russische (online) inmenging bij Trump’s verkiezingscampagne. Velen, waaronder journalisten en partijleden, vragen zich hardop af of Trump dit ontslag juist nu doorvoert om zichzelf te beschermen tegen een eventuele schadelijke uitkomst van het genoemde onderzoek.