Europol en het Europees agentschap voor netwerk- en informatiebeveiliging (ENISA) hebben gesteld dat er behoefte is aan meer kennis rond Internet-of-Things binnen de verschillende opsporingsdiensten. Deze behoefte ontstaat uit een steeds groter wordend aantal apparaten dat gebruik maakt van IoT-technologie.

Conferentie

De week werd een conferentie georganiseerd waarin de opsporingsdiensten tot verschillende conclusies kwamen. Een van die conclusies is dat het vaak lastig is om IoT-apparaten goed te beveiligen. Daarom zou er meer focus moeten liggen op het beveiligen van de architectuur om netwerken en domeinen beter te beveiligen.

Fabrikanten

Ook fabrikanten van apparatuur die gebruik maken van IoT moeten meer gaan investeren in de veiligheid van hun apparaten en zullen ook geprikkeld moeten worden om hier daadwerkelijk iets aan te doen. Een manier om dit te doen is om een commercieel voordeel aan het ontwikkelen van de juiste security te koppelen. Dan zullen fabrikanten beter gaan nadenken over veiligheid van hun producten tijdens het ontwikkelen.

Beveiligen en samenwerken

In het algemeen moet kennis rond IoT verbeteren, zowel bij consumenten als bij fabrikanten en dan ook binnen de verschillende opsporingsdiensten. Cybercriminelen zullen bij onvoldoende beveiliging en kennis van IoT vaker de kans krijgen om toe te slaan.

Opsporingsdiensten en justitie willen nauwer samen gaan werken met de security gemeenschap om beveiliging rond de producten te verbeteren. Momenteel worden veel IoT-apparaten gebruikt om cybercrime uit te voeren.